|
foto's gemaakt door Kor Kuiper en Bert
Woltjes van het rootsfestival in vanBeresteijn op zaterdag 10-05-2008
Iain Matthews (Scunthorpe,
16 juni
1946) is een Brits musicus.
Zijn oorspronkelijke naam is Ian Matthew MacDonald. Vanaf 1968
tot 1989 noemde hij zich Ian Matthews.
Matthews speelde in de
vroege jaren 60 in verschillende lokale amateurbands, totdat hij
in 1966 verhuisde naar Londen en lid werd van de band
Pyramid. Hij verliet Pyramid om
zich aan te sluiten bij
Fairport Convention, een
folkrockband die in eerste
instantie sterk op de Amerikaanse
folk was gericht. Matthews was
een van de zangers op de eerste twee albums van deze band. In
1969, toen Fairport Convention zich tegen zijn zin meer door de
Engelse en keltische folk liet inspireren, verliet Matthews de
groep tijdens de opnames voor het derde album.
Hij nam in 1970 een solo-album op onder de naam Matthews
Southern Comfort, daarbij geholpen door enkele leden van
Fairport Convention.
Matthews Southern Comfort zou
later uitgroeien tot een band. Met deze groep bracht hij twee
albums uit en had hij een wereldhit met het door
Joni Mitchell geschreven
Woodstock. Kort daarop ontbond hij zijn groep en ging korte
tijd solo verder. In 1972 richtte
hij wederom een band op,
Plainsong, waarmee een album
werd uitgebracht voordat de groep in 1974 weer werd ontbonden.
Inmiddels was hij naar de Verenigde Staten geëmigreerd. Hierna
bracht hij een aantal solo-albums uit, waarvan de meeste door de
critici positief werden onthaald maar die geen van alle
commercieel succes hadden.
Nadat in 1984 platenmaatschappij Polyfram zijn album Shook
alleen in Duitsland uitbracht besloot Matthews te stoppen met
muziek maken. In 1986 herzag hij deze beslissing, na een
optreden op het jaarlijkse reüniefestival van Fairport
Convention. Sindsdien nam hij een groot aantal albums op, zowel
solo als met bands, waaronder het heropgerichte Plainsong.
   
Bart Oostindie
Het
zingen van teksten met een pakkend verhaal, verpakt in interessante melodieën en
harmonieën en puttend uit brede invloeden van folk, roots, jazz en blues, dat is
in het kort een typering van de Limburgse troubadour Bart Ooostindie. Vanaf z'n
18e trekt hij een aantal jaren door heel Europa rond als straatmuzikant. Omdat
hij zich vervolgens serieus wil bekwamen als gitarist vinden we hem de volgende
4 jaar op het Conservatorium, eerst in Maastricht en daarna Amsterdam. In 2002
sluit hij zich aan bij Mo'Jones, met wie hij op het podium van het befaamde
North Sea Jazzfestival staat. Mo'Jones kenmerkt zich door een mix van vele
stijlen als funk, soul, swing, lounge, folk en dat blijkt een perfecte
leerschool voor Bart. Bij Mo'Jones treft hij voormalig maatje van het
Maastrichtse Conservatorium pianist Mike Roelofs en start met hem de lounge/funk
band Down South.
Dat Bart Oostindie ook als singer-songwriter goed uit de voeten kan blijkt eind
februari 2005 als hij de Alfa Award wint, een competitie van het L1 TV programma
De Muziekfabriek. Met het nummer 'Grandson' maakt Bart grote indruk op de jury.
Samen met toetsenist Mike Roelofs, bassist Jo Didderen en drummer Sjoerd Rutten
wordt de debuut EP 'Grandson' opgenomen, die in de Limbo Top 10 een eerste
plaats bereikt.
De muziek van Bart Oostindie heeft raakvlakken met de jaren 60 folk/roots
traditie (Nick Drake, Fred Neil), maar Barts sound is rijker.

Edo Donkers
 Toen Edo (Den Haag, 1972) midden jaren
80 voor het eerst een gitaar ter hand nam, droomde hij al hardop
over een leven als artiest. De platen van John Denver stuwden
hem in de richting van het lied. Radiohitparades en
cabaretplaten maakten het plaatje compleet. Muziek en Edo lieten
elkaar niet meer los.
Zijn zelfgeschreven liedjes, vanaf het begin in het Engels,
bracht hij als puber al ten gehore in de rijk gevulde
schoolaula. Met opmerkelijke ovaties tot gevolg.
Werk en liefde brachten Edo begin jaren
90 naar Amsterdam. Hij zocht de muziek op door te gaan werken in
verschillende CD winkels. In die periode was hij de ene helft in
het cabaretduo ‘Mestoverschot’, dat met een liedjesprogramma
langs de Nederlandse theaters toerde tijdens het Amsterdams
Kleinkunst Festival. Dit leverde een halve finaleplaats en een
publieksprijs op. Hierna trok Edo de stoute schoenen weer aan en
stond een jaartje in de stand-up comedy arena met het gezelschap
de ‘Comedy
Explosion’.
Cabaret en stand-up comedy waren
geweldige en leerzame ervaringen, maar leerden Edo dat het
schrijven van Nederlandse teksten hem een artistieke rem gaven.
Het terugkeren naar de (Amerikaans-) Engelse taal voelde gek
genoeg als ‘thuiskomen’. “Voor mij is de singer-songwriter
stijl, de popmuziek, nu eenmaal verbonden met de Engelse taal.
Een beetje zoals opera dat is met het Italiaans en Duits”
In ‘98 en de jaren die daarop volgden
vond hij zijn professionele draai bij een milieuorganisatie.
Deze jaren was het ‘bandje in- bandje uit’. Een rode draad was
de samenwerking met singer-songwriter/gitarist
Matthieu Brandt,
waarmee hij vijf jaar in de
band ‘Mindway’ speelde. Na zijn verblijf in Griekenland, wat
uiteindelijk leidde tot 'Warning Signs', overstemde de roep van
het lied alle werkambities. Met deze CD-release en bijbehorende
reeks optredens geeft hij zijn bestaan als singer-songwriter
ruim baan.

Eric Devries
Eric
Devries stond ooit aan de basis van 'The Big Easy' waarmee hij
in '92 de tweede plaats behaalde in de finale van de Grote Prijs
van Nederland. De band werd geroemd vanwege de songs en teksten
van Devries en viel op door de driestemmige samenzang en de
combinatie van akoestisch en elektrisch gitaar. Verder speelde
hij bij de Nederlandstalige rootsband Bengels en vormde hij
jarenlang een akoestisch singer-songwriter duo met BJ Baartmans.
Zijn langverwachte debuut cd werd in de pers zeer goed
ontvangen. 
Na zijn opmerkelijke debuut
album
“Little of a Romeo”
(2004) verschijnt in November 2007 de tweede cd van Eric Devries.
“Sweet Oblivion” komt uit op
InbetweensRecords
en is grotendeels opgenomen met zijn nieuwe band “The Easy” met
Alan McLachlan (The Scene / Sjako) op gitaar, Bartel Bartels (Prof.
Nomad) op bas en Stephan vanderMeijden (Prof. Nomad, Pawnshop)
op drums. Met opvallende bijdragen van gastmuzikanten als BJ
Baartmans (gitaar), Harrie Brekelmans (pedal steel), Eric van de
Bovenkamp (toetsen) en Jelka van Houten (zang). De songs met
band worden op de cd aangevuld met de zogenaamde ‘Tulsa Tapes’,
drie songs die Eric opnam in de V.S. tijdens een tournee door
Oklahoma.
foto
hierboven gemaakt door Bert Woltjes





Naast zijn
solo activiteiten maakt Eric Devries deel uit van het
singer-songwriter collectief “Songwriters
United”
waarmee hij in 2005 een live DVD uitbrengt. In september 2007
verschijnt hun eerste gezamenlijke cd "Another round with...
Songwriters United". Andere projecten zijn onder meer The
Sidewalk Experience (Oerol) en The Subterranean Outlaws (Bob
Dylan tribute).
Kunst en Kikitsch

Dynamiek, passie en
samenspel is wat je kunt verwachten van dit ambitieuze
akoestische duo. Zangeres Astrid Kunst en gitarist Michel van
der Zanden zijn de uitdaging aangegaan om met een kleine
bezetting bestaande nummers in een akoestische setting, nieuw
leven in te blazen.
Astrid Kunst is sinds 8 jaar serieus bezig om aan de weg te
timmeren als artiest en songwriter. Reeds studeert zij aan het
conservatorium in Amsterdam, op de afdeling POP. Deze
veelzijdige zangeres is niet in 1 hokje te plaatsen en zingt in
verschillende stijlen die zij goed beheerst.



Shannon Lyon
Shannon Lyon
vertelt
in z'n liedjes over de liefde en de eenzaamheid die het leven
van de troubadour vergezellen. Hij wordt vaak vergeleken met
artiesten als Neil Young, Townes Van Zandt en Richard Buckner.
Net als voorganger ‘Wandered’ (IRCD017) is het nieuwe album
‘Safe Inside’ opgenomen in Léon’s Farm te Boekend (Venlo). De
productionele leiding was in handen van BJ Baartmans, die ook
diverse gitaren, bas en banjo voor z’n rekening nam.


leuke finale met v.l.n.r. Bart Oostindie, Eric Devries, Shannon
Lyon, Iain Matthews en Mike Roelofs

|